YouTube2Text

Waarom val ik niet af, ook al sport ik 3 keer per week? — Transcript

by Universiteit van Vlaanderen · 2,435 words · 305 segments · language en · Watch on YouTube

Full transcript

  1. 0:00Ben je ook vol goede moed beginnen te sporten,
  2. 0:02maar zag je geen enkel effect op de weegschaal?
  3. 0:05In dit college leg ik uit hoe dat komt,
  4. 0:08wat je eraan kunt doen
  5. 0:09en wat de invloed is van sit-ups op je dikke teen.
  6. 0:19Vanuit Versuz in Hasselt, dit is de Universiteit van Vlaanderen.
  7. 0:25Goedenavond. Wie van jullie is ooit gaan sporten om af te vallen?
  8. 0:30Al was het maar om bikiniproof te worden,
  9. 0:32langs het zwembad te kunnen paraderen,
  10. 0:34of echt om kilo's te verliezen. Steek je hand maar in de lucht.
  11. 0:38Wie heeft dat geprobeerd door te sporten?
  12. 0:40Hou je hand in de lucht als de kilo's ervanaf vlogen.
  13. 0:46Inderdaad.
  14. 0:47Dat is het probleem.
  15. 0:48Daar gaat de lezing deze avond over.
  16. 0:51Is beweging effectief om veel af te vallen?
  17. 0:54En als dat niet gebeurt, wat zijn daar dan de redenen voor?
  18. 0:58Deze lezing is vooral interessant
  19. 1:00voor mensen die kampen met zwaarlijvigheid
  20. 1:03en die echt die kilo's willen aanpakken.
  21. 1:06Maar wat is obesitas eigenlijk?
  22. 1:09Wel, obesitas of zwaarlijvigheid
  23. 1:11kan je op een relatief eenvoudige manier berekenen,
  24. 1:14namelijk door de body mass index of de BMI uit te rekenen voor jezelf.
  25. 1:19Je gaat je lichaamsgewicht delen door het kwadraat van je lichaamslengte.
  26. 1:26In dit voorbeeld zie je dat deze persoon overgewicht heeft.
  27. 1:31De BMI is groter dan 25 kilo per vierkante meter.
  28. 1:37Wanneer de BMI echter boven de 30 begint te stijgen,
  29. 1:40spreken we van obesitas.
  30. 1:43Let op, de BMI is niet eensluidend of feilloos.
  31. 1:48We weten dat er een verschil is tussen mannen en vrouwen.
  32. 1:52Voor eenzelfde BMI zien we dat de mannen
  33. 1:56een iets lager vetpercentage kunnen hebben dan de vrouwen.
  34. 2:00Dat komt omdat mannen meestal een grotere spiermassa hebben.
  35. 2:04Er is ook een verschil tussen oudere en jongere mensen.
  36. 2:07Jongere mensen hebben meestal meer spiermassa
  37. 2:11en zullen dus bij eenzelfde vetpercentage een hogere BMI hebben
  38. 2:15dan oudere personen.
  39. 2:17Gespierde mensen hebben vaak een hogere BMI,
  40. 2:20maar dat hoeft niet te betekenen dat ze een te hoog vetpercentage hebben.
  41. 2:25Daarom is het beter om het vetpercentage exact te meten
  42. 2:29met een scan of onderwaterweging.
  43. 2:32Of, een veel eenvoudigere techniek: je buikomtrek meten.
  44. 2:38Een relatief simpele methode.
  45. 2:41We weten dat als je een dame bent, je onder de 80 centimeter moet blijven.
  46. 2:46Als je een man bent, moet je onder de 94 centimeter blijven.
  47. 2:51Obesitas heeft wel degelijk consequenties op de gezondheid.
  48. 2:56Wanneer je obees bent, dus een BMI boven 30 kilo per vierkante meter,
  49. 3:01dan weten we dat de kans op hart- en vaatziekten
  50. 3:0375% hoger zal zijn.
  51. 3:06De kans op bepaalde longaandoeningen
  52. 3:08zal ongeveer 30% hoger zijn,
  53. 3:10net zoals de kans op kanker.
  54. 3:13Dit verklaart waarom de gemiddelde levensverwachting
  55. 3:17bij iemand die zwaarlijvig is, korter wordt.
  56. 3:20Wanneer je BMI bijvoorbeeld met 5 kilo per vierkante meter stijgt,
  57. 3:26dan neemt de kans op overlijden bij mannen met 50% toe
  58. 3:30en bij vrouwen met 30%.
  59. 3:33Maar let op, ook ondergewicht is ongezond.
  60. 3:37Stel dat je een BMI hebt
  61. 3:38van nauwelijks 17,5 kilo per vierkante meter,
  62. 3:42dan loop je een even groot risico om te sterven
  63. 3:45als iemand met een BMI van 35, ernstige obesitas.
  64. 3:50Ondergewicht is dus ook geen slim idee.
  65. 3:53Wat zijn de behandelmogelijkheden voor obesitas
  66. 3:56die op dit moment bestaan?
  67. 3:58In eerste instantie zal men u aanraden
  68. 4:00om gezond te gaan eten.
  69. 4:03Dat gezonde voedingspatroon, daarvoor kan je naar een diëtist.
  70. 4:07Wanneer overgewicht is ontstaan uit emotioneel eetgedrag,
  71. 4:11is ook gedragstherapie belangrijk
  72. 4:14om te kunnen omgaan met bepaalde emoties.
  73. 4:17Daarnaast zal men ook aanraden om veel te gaan bewegen.
  74. 4:20Met veel bewegen bedoelen we vooral uithoudingssporten,
  75. 4:24maar ook krachtoefeningen.
  76. 4:26Daar geef ik straks meer uitleg over.
  77. 4:29Wanneer die twee strategieën falen,
  78. 4:31dan pas zal een arts overgaan tot het voorschrijven van geneesmiddelen.
  79. 4:36Maar geneesmiddelen komen altijd boven op de gedragsverandering.
  80. 4:40Men zal nooit alleen geneesmiddelen geven,
  81. 4:44want geneesmiddelen alleen hebben weinig impact op het gewicht
  82. 4:47en ze hebben veel bijwerkingen.
  83. 4:49Als allerlaatste hulpmiddel bestaat er nog de chirurgie.
  84. 4:54Daar heb je veel verschillende soorten in,
  85. 4:56gaande van de maagring tot de zware bypassoperaties.
  86. 5:00Ook daar is het belangrijk om aan te geven
  87. 5:02dat het vaak spectaculaire gewichtsreducties geeft,
  88. 5:05maar na bepaalde chirurgische ingrepen, zoals de bypass,
  89. 5:09moet de patiënt de rest van zijn leven gezond blijven eten
  90. 5:13en veel blijven bewegen.
  91. 5:15Dan is er eigenlijk geen keuze meer.
  92. 5:19Hoe effectief is bewegen dan?
  93. 5:21Ik heb net laten zien dat beweging in de eerste lijn komt.
  94. 5:25Deze grafiek laat dat eigenlijk zien.
  95. 5:27Bij de gele lijn zie je wat het effect is van beweging alleen
  96. 5:32bij mensen met obesitas.
  97. 5:34Na een halfjaar is men ongeveer twee à drie kilo kwijt,
  98. 5:39een halfjaar later nauwelijks één tot twee kilo.
  99. 5:43Kun je dus obesitas verhelpen door alleen maar te sporten?
  100. 5:47Nee, dat is een fabeltje.
  101. 5:49Het is niet zo dat bewegen alleen tot een grote gewichtsdaling leidt.
  102. 5:54Op de zwarte lijn zie je de combinatie van gezonde voeding en bewegen.
  103. 5:58Dan zie je wel een duidelijk effect.
  104. 6:01Na een jaar zien we dan ongeveer acht kilo gewichtsreductie.
  105. 6:06Dat is een eerste belangrijke tip.
  106. 6:09Als je aan je lichaamsgewicht wilt werken,
  107. 6:11is het de combinatie van gezond eten en bewegen
  108. 6:14die het meest succesvol zal zijn.
  109. 6:18De vraag is vrij logisch: hoe komt dat dan?
  110. 6:20Dat het bewegen alleen maar zo'n klein effect uitlokt?
  111. 6:24Je hebt enerzijds klinische redenen, daar begin ik eerst mee,
  112. 6:28om daarna over te schakelen op moleculair-fysiologische redenen.
  113. 6:32Een eerste grote klinische reden
  114. 6:34waarom mensen weinig lijken af te vallen,
  115. 6:36heeft te maken met lichaamssamenstelling.
  116. 6:39Als je gaat sporten, worden je spieren belast.
  117. 6:41Je spieren reageren daarop, ze gaan groeien, je spiermassa neemt toe.
  118. 6:46Dat betekent dat ook je lichaamsgewicht toeneemt.
  119. 6:49In plaats van af te vallen, lijk je net bij te komen.
  120. 6:52Dat is de reden waarom een weegschaal gebruiken
  121. 6:55geen slimme strategie is om in te schatten hoeveel vetmassa je verliest.
  122. 6:59De weegschaal houdt je voor de gek.
  123. 7:01Wat je wel moet doen, is je buikomtrek registreren.
  124. 7:04We doen dat allemaal iedere dag.
  125. 7:07Iedere dag doen we wel een riem aan, of een niet-elastische broek of jurk.
  126. 7:11Als je voelt dat dat losser zit, weet je dat het begint te werken,
  127. 7:15ongeacht wat de weegschaal jou probeert te vertellen.
  128. 7:19Een tweede belangrijke reden heeft te maken met fysieke activiteit.
  129. 7:24Rusten na het sporten is belangrijk.
  130. 7:27Dat is zo.
  131. 7:28Maar te veel rusten gaat een omgekeerd effect uitlokken.
  132. 7:31Het idee dat je na zwaar sporten
  133. 7:35voor de rest van de dag niets hoeft te doen...
  134. 7:37Dat heeft uiteraard geen zin.
  135. 7:39Integendeel, wanneer je gaat sporten om af te vallen,
  136. 7:43moet je ook voldoende actief blijven in het dagelijkse leven.
  137. 7:46Een eenvoudige techniek is een stappenteller.
  138. 7:50Op je stappenteller zal je zien of je voldoende stappen haalt
  139. 7:53en of er een daling optreedt en je dat kan tegenhouden.
  140. 7:58Een andere belangrijke reden is je voedingspatroon.
  141. 8:03Studies tonen aan dat sommige mensen onbewust bijknabbelen.
  142. 8:06Ze hebben het zelf niet door, maar ze gaan extra eten.
  143. 8:10Uiteraard ga je de calorieën die je verbrandt, weer opnemen
  144. 8:14en is er geen effect op je vetmassa of lichaamsgewicht.
  145. 8:17Een mooi voorbeeld: we gaan met z'n allen zwemmen,
  146. 8:20daarna komen we buiten en zien we een grote kast vol zakjes chips.
  147. 8:24Wat gebeurt er dan vaak?
  148. 8:26Mensen kopen een zakje chips omdat ze denken:
  149. 8:29ik heb gesport, ik kan me dat permitteren.
  150. 8:32Maar eigenlijk lost dat niets op.
  151. 8:34Je moet proberen de hongeraanvallen of de eetbuien af te remmen
  152. 8:38en daarin is de rol van een diëtist erg belangrijk.
  153. 8:43De laatste mogelijke klinische reden is verkeerd sporten.
  154. 8:48Hierin speelt internet geen mooie rol.
  155. 8:50Er worden veel fabeltjes verkondigd op het internet
  156. 8:53die mensen klakkeloos volgen.
  157. 8:55Een eerste mythe die vaak wordt geproclameerd,
  158. 8:58is nuchter sporten.
  159. 8:59Als je wilt afvallen, moet je nuchter sporten.
  160. 9:02Wat tonen studies aan? Als je nuchter gaat sporten, ga je op dat moment
  161. 9:07meer vetten verbranden, dat klopt.
  162. 9:10Atleten doen dat vanuit het perspectief
  163. 9:13om prestatiebevordering te veroorzaken,
  164. 9:15om fitter te worden.
  165. 9:18Maar wat blijkt? Wanneer mensen met overgewicht nuchter gaan sporten,
  166. 9:22maandenlang, of na een ontbijt, maandenlang,
  167. 9:25dan vallen ze evenveel af.
  168. 9:27Dus nuchter sporten hoeft niet.
  169. 9:29Het kan gerust na een ontbijt.
  170. 9:31Een tweede mythe op het internet, is laag intens oefenen.
  171. 9:35Dat wil zeggen: heel traag wandelen, met een heel lage hartslag sporten.
  172. 9:40Inderdaad, als je laag intens sport,
  173. 9:42ga je op dat moment veel vet verbranden,
  174. 9:46maar uiteindelijk, blijkt uit studies,
  175. 9:49of je nu laag intens en lang sport, of hoog intens en kort,
  176. 9:54verlies je evenveel vetmassa.
  177. 9:57Je mag hoog intens sporten.
  178. 10:00Dat betekent daarom niet dat je minder afvalt.
  179. 10:02Je moet er wel rekening mee houden dat bij hoog intens sporten
  180. 10:06de kans op blessures groter wordt.
  181. 10:09Dat is de balans die je daarin moet proberen te vinden.
  182. 10:13Je zal je afvragen: wat moeten we dan precies doen?
  183. 10:16Misschien bbb?
  184. 10:17Lokale spieroefeningen doen.
  185. 10:20Jullie kennen dat concept: met z'n allen lokale spieroefeningen doen.
  186. 10:24Dan denk je: ik doe sit-ups, ik zal hier vet verbranden. Zo werkt het niet.
  187. 10:28Wanneer je inspanning levert,
  188. 10:30worden er via het brein hormonen vrijgemaakt.
  189. 10:34Die hormonen zullen bepalen waar en hoeveel vet
  190. 10:38gemobiliseerd en verbruikt zal worden.
  191. 10:41Daar hebben we niets aan te zeggen.
  192. 10:43Dat betekent: als je buikspieroefeningen doet,
  193. 10:46is het perfect mogelijk dat je vermagert aan je dikke teen links.
  194. 10:50Dat is perfect mogelijk.
  195. 10:51Het is duidelijk dat die lokale spieroefeningen
  196. 10:54geen soelaas brengen.
  197. 10:56Er is nog een mythe die de ronde doet op het internet:
  198. 10:59je moet sporten in een warme omgeving.
  199. 11:02In de warmte verbrand je meer vetten en val je meer af.
  200. 11:07Uiteraard is dat nooit aangetoond bij personen met zwaarlijvigheid.
  201. 11:11Je hoeft niet te sporten, hijgen en puffen bij 30 graden.
  202. 11:15Dat heeft weinig zin.
  203. 11:18Wat moet je dan wel doen om veel af te vallen?
  204. 11:22Het is het volume van de inspanning dat belangrijk is.
  205. 11:25Het totale calorieverbruik.
  206. 11:26En natuurlijk, de manier om veel calorieën te verbranden
  207. 11:30is uithoudingstraining.
  208. 11:32Fietsen, roeien, zwemmen, joggen, langlaufen.
  209. 11:36Al dat soort bewegingsvormen zullen ervoor zorgen
  210. 11:39dat je veel calorieën verbrandt.
  211. 11:41Een groot volume, dat betekent voldoende lang,
  212. 11:44voldoende intens en voldoende frequent.
  213. 11:46Wat is voldoende intens? Matig intens is hoog genoeg.
  214. 11:50Vast en zeker.
  215. 11:51Wanneer je aan het sporten bent en je kunt nog net een verhaal vertellen
  216. 11:56zonder in ademnood te geraken, is het goed.
  217. 11:58Meer heb je niet nodig.
  218. 12:00Dat is voldoende intensiteit.
  219. 12:02Duur, nu komt het slechte nieuws...
  220. 12:04Studies tonen aan dat mensen pas spectaculair gaan afvallen
  221. 12:08wanneer ze minstens 250 minuten per week sporten.
  222. 12:12Dan kom je bij de atletische populatie terecht.
  223. 12:14Zij hebben geen problemen met gewicht, tot ze stoppen met sporten.
  224. 12:18Helaas heb je zo'n groot volume nodig
  225. 12:21om spectaculaire gewichtsreducties uit te lokken.
  226. 12:24Ook het type van inspanning is belangrijk.
  227. 12:27Probeer als je gaat sporten om totaallichaamsoefeningen te doen.
  228. 12:32Bijvoorbeeld aerobics, langlaufen, roeien, zwemmen.
  229. 12:35Hoe meer spieren je activeert tijdens de inspanning,
  230. 12:38hoe meer calorieën je verbrandt per tijdseenheid
  231. 12:41en hoe meer je zal afvallen.
  232. 12:43Naast de pure uithoudingstraining is ook krachttraining belangrijk.
  233. 12:48Vergis u niet, wanneer ik met deze halter ga werken,
  234. 12:51zal ik daar niet meer door afvallen.
  235. 12:53Ook niet in vetmassa.
  236. 12:55Krachttraining gebruiken we om aan de spiermassa te werken,
  237. 12:59de spierkracht
  238. 13:00en om een betere bescherming te bieden tegen type 2-suikerziekte.
  239. 13:06Dat is de reden waarom we krachttraining doen.
  240. 13:09Stel nu dat je al deze zaken doet.
  241. 13:12Dat je correct sport, dat je niet extra eet en voldoende actief blijft,
  242. 13:16dan nog is er een fysiologische reden
  243. 13:18waarom mensen soms minder snel afvallen dan men zou verwachten.
  244. 13:22Dat heeft te maken met de hormonale reactie op inspanning.
  245. 13:26Wanneer we een inspanning leveren, geeft het brein het commando
  246. 13:30om hormonen af te geven, die via de bloedbaan naar onze vetcellen gaan,
  247. 13:34waar die het commando krijgen om vetzuren te lossen.
  248. 13:38Die kunnen dan verbrand worden.
  249. 13:39Wat blijkt bij mensen met zwaarlijvigheid?
  250. 13:42Die hormonale reactie is niet intact
  251. 13:44en de vetcel reageert niet optimaal op die hormonale stimulus.
  252. 13:50Dat maakt eigenlijk dat zelfs als obese personen aan sport doen,
  253. 13:54die vetmobilisatie niet goed op gang komt
  254. 13:57en ze veel minder afvallen dan verwacht.
  255. 14:01Het is zelfs zo dat als deze mensen een sportprogramma volgen,
  256. 14:04het niet bij iedereen weer kan normaliseren.
  257. 14:08Dat is natuurlijk slecht nieuws. Dat is een fundamenteel probleem.
  258. 14:12Mensen gaan sporten, maar fysiologisch
  259. 14:14wil dat lichaam daar gewoon niet in meegaan.
  260. 14:17Op dit moment hebben we daar geen geneesmiddel of oplossing voor.
  261. 14:24Moeten we sporten dan maar verticaal klasseren?
  262. 14:27Moeten we gewoon diëten en sport achterwege laten?
  263. 14:30Ik ga jullie proberen te overtuigen van niet.
  264. 14:33Stel dat je 100 obese personen hebt, dan zijn er 30 metabool gezond.
  265. 14:39Metabool gezond wil zeggen: ze zijn wel obees,
  266. 14:42maar ze hebben een normale bloeddruk, suiker en cholesterol
  267. 14:46en er zit weinig vet tussen de ingewanden.
  268. 14:50Aan de andere kant heb je dan 70 mensen met obesitas
  269. 14:54die metabool ongezond zijn.
  270. 14:56Obees en een te hoge bloeddruk, slechte cholesterol,
  271. 14:59hoge kans op suikerziekte en relatief veel vet tussen de ingewanden.
  272. 15:05Het interessante is dat een metabool ongezonde obese persoon
  273. 15:09250% meer kans heeft op het krijgen van hart- en vaatziekten
  274. 15:13ten opzichte van iemand met een normaal gewicht,
  275. 15:16maar bij een metabool gezond obees persoon is dat maar 50% meer.
  276. 15:21Dat is vijf keer minder kans
  277. 15:23op het krijgen van een hart- en vaataandoening,
  278. 15:25ook al zijn ze allebei even zwaar.
  279. 15:27Dit is waar we inspanning voor gebruiken.
  280. 15:30We weten dat je door te sporten werkt aan de risicofactoren,
  281. 15:35ook al val je niet spectaculair af.
  282. 15:37Dat verklaart waarom mensen veel minder kans lopen
  283. 15:41op complicaties zoals deze wanneer ze gaan sporten.
  284. 15:45Het is ook zo dat men door te sporten sterker wordt en fitter.
  285. 15:49Hoe fitter en sterker je bent, hoe langer je leeft.
  286. 15:53Sterker nog: als je wilt voorspellen hoelang je nog te leven hebt,
  287. 15:57is de fitheid doorslaggevend en niet je lichaamsgewicht of je BMI.
  288. 16:03Dat is de reden waarom we sport willen gebruiken.
  289. 16:06We moeten anders gaan nadenken over het waarom van beweging
  290. 16:11in de behandeling van zwaarlijvigheid.
  291. 16:13We moeten afstappen van de fixatie op de weegschaal
  292. 16:17en iedere dag te kijken naar de teller,
  293. 16:20die eigenlijk heel weinig vertelt, op dit moment.
  294. 16:24Om te concluderen:
  295. 16:31Enerzijds zijn er klinische redenen.
  296. 16:33Bij-eten, te veel rust, verkeerd sporten.
  297. 16:37Dat hebben we in de hand. Dat kunnen we veranderen.
  298. 16:40Maar dan nog blijft er een fysiologische reden over.
  299. 16:43Denk aan de hormonale reactie, hoe de vetcellen daarop reageren.
  300. 16:47Dat hebben we niet in de hand. Sommigen verbeteren, anderen niet.
  301. 16:51Sport gebruiken we niet om spectaculair af te vallen,
  302. 16:56sport gebruiken we om het totale gezondheidsprofiel te verbeteren.
  303. 17:00Dat zal ervoor zorgen dat mensen minder kans lopen op complicaties,
  304. 17:04maar ook dat mensen langer zullen leven.
  305. 17:07Dank je wel.

About this transcript

This page contains the full transcript of Waarom val ik niet af, ook al sport ik 3 keer per week? by Universiteit van Vlaanderen, generated from the public captions YouTube serves with the video. The transcript has 2,435 words across 305 segments, with the original timestamps preserved so you can click any line to jump to that moment in the embedded player.

What you can do with it

Use the transcript to take notes, quote the speaker, build a study guide, generate a summary with ChatGPT or Claude via the YouTube Summary tool, or export it as a timed subtitle file with YouTube to SRT. You can also re-open it in the transcriber to translate the transcript into 100+ languages.

Free YouTube transcript tool

YouTube2Text is a free YouTube transcript generator — no signup, no daily limit. Paste any YouTube link and get the full transcript instantly, with timestamps, click-to-jump, translation to 100+ languages, AI prompts for ChatGPT, Claude, and Gemini, and exports to TXT, SRT, VTT, or Markdown.